
De soep is lauw,
gekruid door een janet
-zeker niet wow-
en te koud op tafel gezet.
De saus, een rare blubber,
ruikt naar caoutchouc;
Die scampi zijn rubber,
Van ‘t kauwen ben ‘k moe.
Een vogel zonder kop.
Een kip zonder ballen
-een dikke flop-
is mijn eten aan ’t verknallen
Het ijs smaakt naar karton,
de chocolade te pikant.
Geef me maar de bon
‘k verhuis naar een ander land.
Petit livre de cuisine à l’usage de mon mec
