We vermoeden dat jongleur Gossler zijn eigen familienaam als artiestennaam gebruikte. Over deze artiest weten we heel weinig. Hij trad in 1915 enkele dagen op in het Nouveau Cirque van Friscot dat toen in Anderlecht stond opgesteld. In april 1919 stond hij op het programma van het Gentse Nieuw Circus. Hij liet zich toen assisteren door een dame. Als Didine en Gossler lieten ze zich opmerken. Ze jongleerden niet alleen met kegels en ringen, maar ook met allerlei voorwerpen zoals siertafels, stoelen en lampenkappen en dat terwijl ze gelijktijdig stepdansten.
Dit studioportret, door Photo Elvira Bruxelles, dateert van ca. 1910-1915. Toen bediende Gossler zich hoofzakelijk van kegels, veelal in het vakjargon keulen of knotsen geheten.

De eerste jongleur met kegels was David Cook, in 1880. Maar de jongleerkunst als discipline is veel ouder en vond eeuwen terug zijn oorsprong in Indië. De oudste afbeelding stamt evenwel uit het oude Egypte. Op een reliëf van 4600 jaar voor Christus zien we dames die met kogels jongleren. Ook uit het oude Griekenland en het Romeinse rijk zijn fresco’s, beelden en beschrijvingen bekend die aantonen dat jonglage toen al bestond.
