Bookmark and Share

Koketteren op het strand anno 1900

door Sarah Eloy

De huidige tentoonstelling 't Is vakantie! in de reeks 'Uit het fotoalbum' toont hoofdzakelijk foto's van alledaagse vakantiegangers die hun eigen reiservaringen in beeld brengen. De tentoonstelling is het ideale moment om ook een andere reeks vakantiefoto's in de spotlights te zetten. In het fotoarchief van het Huis van Alijn zit de collectie Vander Haeghen. De glasplaten van deze Gentse fotograaf bevatten een aantal beelden genomen aan de kust. Deze foto’s geven een impressie van de zeden en gewoonten aan het strand zo’n honderd jaar geleden.

De eerste badvoorzieningen aan de Belgische kust kwamen er aan het begin van de 19de eeuw. Oostende, ‘koningin der badsteden’, was één van de eerste continentale badplaatsen. De badhuizen waren de eerste toeristische gebouwen op de zeedijk, het hart van het toeristisch gebeuren.

strand van Oostende

De definitieve doorbraak van het badtoerisme kwam er met de aanleg van de spoorwegverbinding Brussel-Oostende in 1838. Oostende werd als badplaats gevolgd door andere steden aan de kust. Zo ontluikt al snel het toerisme in de oude vissersstad Blankenberge. De industriële revolutie bracht na verloop van tijd een nieuwe elite met zich mee. Deze industrie- en handelsbourgeoisie maakte gebruik van de nieuwe mobiliteit en trok naar zee, weg van de ongezonde industriële stad. Een nieuwe vrijetijdscultuur zag het levenslicht.

Deze foto’s van Vander Haeghen tonen deze nieuwe rijken flanerend op het strand. Gehuld in de normale uitgaanskledij en de onontbeerlijke parasol om het bruin worden ten alle prijze te vermijden, etaleert deze nieuwe burgerij haar nieuw verworven status. Heel wat beelden werden gemaakt in Blankenberge en Oostende, tussen 1889 en 1913.

strandfoto strandfoto
strandfoto strandfoto

De baders waren een ware attractie voor deze koketterende strandwandelaars.Tegen betaling kon men een frisse duik in het zeewater nemen. Een badticket was één dag geldig en gaf recht op het gebruik van een badkar, een badkostuum en toiletgerief. Indien gewenst kon men ook beroep doen op de diensten van een 'maître baigneur’ die de bader begeleidde. Men kleedde zich om in een badkar die in zee werd getrokken. De bader kon op die manier onmiddellijk in de golven stappen zonder te veel aan de blik van voorbijgangers te worden blootgesteld. Ook de terugkeer naar het kleedhokje werd zo tot een minimale afstand beperkt. Na het baden werd de badkar door de paarden terug naar het strand getrokken. Naast het plezier van een lange strandwandeling of de geneugten van het buitenbad kon men ook deelnemen aan een uit Engeland overgewaaide attractie, het maken van ezeltochtjes op het strand. Ook tennis en paardrijden behoorde tot de favoriete sporten van deze rijkelui. Zonnebaden daarentegen was in die tijd nog taboe. Het is wachten tot in de jaren 40 om de eerste zonnebaders op het strand te vinden.

strandfoto

Zoals deze foto’s tonen was deze vorm van vrijetijdsbesteding rond de eeuwwisseling een quasi exclusieve burgerlijke aangelegenheid. Pas na WO I, na de invoering van de verplichte zondagsrust in 1905, behoorde deze daguitstap ook tot de mogelijkheden van de midden- en arbeidersklasse. Het reizen naar zee was van dan af niet langer een exclusieve burgerlijke aangelegenheid maar werd ook een populaire volkse uitstap.