Bookmark and Share

Matrozenpakjes en ijstaarten

door Sarah Eloy
Trefwoorden:

Tot 1910 bestond er slechts één communie, de ‘eerste communie’, op de leeftijd van 10 tot 12 jaar. Paus Pius X vervroegde de leeftijd van de intrede in de kerk naar 7 jaar. De plechtige communie werd gelijktijdig ingevoerd en nam de maatschappelijke positie van de vroegere eerste communie over. Sindsdien vieren we onze eerste communie in het eerste leerjaar. De plechtige communie en het vormsel wordt op de meeste plaatsten in het zesde leerjaar gedaan. Beide drempelmomenten gaan gepaard met een groot feest en nog grotere cadeaus.

De eerste hostie

De ‘eerste communie’ mag zeer letterlijk genomen worden. Op dat moment treed het kind verder toe tot de katholieke gemeenschap en mag het voor de eerste maal de communie te ontvangen. Velen zullen zich ongetwijfeld herinneren hoe leuk het was als kind om eindelijk ook zo’n ‘broodje’ te krijgen. Je moest dan niet langer op je stoel blijven zitten wanneer de grote mensen om hun hostie gingen.

eerste communie

Vormsel en plechtige communie

Wat is nu het verschil tussen de plechtige communie en het vormsel? Vandaag worden beide termen door elkaar gebruikt en vallen de twee katholieke gebruiken ook op dezelfde dag. Dat was op sommige plaatsen tot de jaren 70 helemaal niet het geval. Zoals gezegd, werd de plechtige communie pas ingevoerd in 1910. De elfjarigen zouden op die dag bewust kiezen voor het geloof en vernieuwen daarom hun doopgeloften.
Het vormsel richt zich op de vroegere eerste communie, en vindt dus sinds jaar en dag plaats tussen 11 en 13 jaar. Op die dag worden de kinderen gezalfd met olie (chrisma) door de bisschop. De bisschop kon echter niet jaarlijks in elke parochie komen. Daarom werden in veel dorpen om de paar jaar alle vormelingen uit verschillende dorpen op één dag samengebracht. Nu mogen ook de hulpbisschop en de priester de tieners vormen. Vandaar valt de plechtige communie en het vormsel daardoor samen.

In een eucharistieviering ontvangt de vormeling symbolisch de Heilige Geest. Het is daarom dat dit sacrament tot op vandaag vaak plaatsvindt rond Pinksteren.

Van minatuurbruidjes tot jezuskleed

Op de grote dag gingen de meisjes tot de jaren 1950-1960 gekleed als kleine bruidjes. In het wit en met een voile op het hoofd schreden ze naar het altaar. De jongens gingen in kostuum, sommigen al in lange, andere nog in korte broek.

communie

Vanaf de jaren vijftig ziet men een nieuw gebruik verschijnen. Boven de feestkledij, moest iedereen – jongens én meisjes – een wit kleed en houten kruis dragen dat door iedereen een ‘Jezuskleed’ wordt genoemd. Dit is tot op vandaag de gebruikelijke kledij voor de viering. Binnen de feestkledij valt nog moeilijk een lijn te trekken.

Een ijstaart en een grote fiets

Wanneer je communie zegt, zeg je: feest en cadeautjes! Ondergetekende weet nog dat ze in de mis – tussen de liedjes en gebeden door – met haar vriendinnen speculeerde over het lekkere eten en de verschillende cadeaus die thuis op ons stonden te wachten.

De vrouw des huizes maakte vroeger zelf een uitgebreide maaltijd of er kwam een traiteur. Aan deze formule is niet veel veranderd. Een klassieke afsluiter van het feestmaal is de ijstaart in de vorm van een lam. De communicant moet het hoofd van het lammetje snijden, waarna er een straaltje bloed-grenadine uit stroomt.

communiefeest

Cadeaus voor de communicant of vormeling zijn van alle tijden. In de eerste helft van de 20ste eeuw kregen de meisjes vaak het begin van hun uitzet, de jongens kregen een scheermes. De laatste decennia is de eerste ‘grote’ fiets dé klassieker geworden.