
Een bravekindjesfoto. Op dat moment was de verbeelding nog niet aan de macht. Bij deze foto zijn de meisjes veel meisje en de jongens een klein beetje jongen. De volgorde van links naar rechts: de zandberg met de plastic windmolencombinatie, meisje, jongen, meisje, jongen. In de achtergrond de zee, het strand en andere kinderen in verspreide slagorde. De meisjes hebben een short met zwart-witmotief de jongens een zwembroek van stevige stof die golft als de baren bij heftig weer. De meisjes laten hun armen voorbeeldig langs hun lichaam hangen, de jongens doen er iets mee, voor of achter de rug. De gezichtjes hebben een bleke huid en de streepjes en puntjes erin tekenen een voorzichtig lachje. De zon staat hoog, de lucht is vaalblauw, de schaduwen worden gemilderd door de reflectie van het bleke zand. In de fotohandboeken van de jaren zeventig kunnen we lezen dat strand- en sneeuwlandschappen de hoogste lichtwaarden bieden. Ze worden bekeken met smalle ogen en kleine pupillen. De fotograaf combineerde de vier kinderen met de zandberg. De zee is enorm, het strand breed en de berg niet veel hoger dan een muggenbeet. Toch poseren de vier kinderen er naast, met drie schoppen (het jongste meisje viel af bij de verdeling van het werkmateriaal). Om de berg toch nog een kans te geven, zitten de kinderen op hun knieën.
