
Moesten de op deze foto afgebeelde heer en dame nog leven dan zouden ze nu respectievelijk 97 en 95 jaar oud zijn. Het betreft slangenmens Ré-Vanda, die eigenlijk René Van Damme heette, en partner Lisette Colson.
We bemerken aan de twee afbeeldingen dat Ré-Vanda zich extreem naar voor kon buigen, men noemt dit stijl ‘klischnigg’. Het ver naar achter buigen heet in vaktaal ‘kautschuk’. De meeste contorsionisten beheersen maar één van beide specialiteiten en dat was ook zo bij Ré-Vanda.
Met deze franstalige Brusselaar had ik in 1996 een ontmoeting in een café aan het Flageyplein te Elsene, niet zover van zijn woning waar naast de deur nog een plaatje hing met zijn artiestennaam. Op zijn achttiende jaar vertoonde hij voor het eerst een lenigheidsnummer tijdens een kampvuur van zijn scoutsgroep waartoe ook Hergé behoorde. Daar is de liefde voor het contorsionisme ontstaan. Tot 1939, toen zijn vader overleed, werkte hij in de familiezaak. Daarna werd hij definitief beroepsartiest. Gedurende meer dan twintig jaar zou hij met zijn humoristisch contorsionistennummer bijval kennen in de bijzonderste variétézalen in ons land.
Soms deed hij ook tournees in Nederland, Frankrijk, Finland of Duitsland. Uitzonderlijk trad hij op in circus zoals tijdens het seizoen 1958 bij het Nederlandse Circus Jos Mullens dat door ons land reisde. Jarenlang had hij naast zich als assistente de Brusselse Lisette Colson die ook bekendheid genoot als zangeres en danseres.
