
Foto’s zijn er niet alleen om te bekijken, vaak is ook ‘de daad van het fotograferen’ belangrijk. Het is een ceremonieel dat hoort bij de grote momenten. Zo moet er een eerste foto zijn met de mama en de papa. Zonder die foto is de geboorte niet af. Er hoort zelfs een pose bij: de universele houding van een moeder die het kindje in haar armen houdt en met haar vinger over het wangetje aait. De plaats van de vader is er achter. Zijn rol is die van de onhandige beschermer.
Maar deze foto uit de jaren tachtig is bezwaard met nevenverschijnselen, eigenaardigheden waar we 25 jaar later niet naast kunnen kijken. Het zijn die brillen. Twee maal twee ronde, krachtige kijkdingen. Het kind krijgt zo waarachtig vierdubbele aandacht. Die grote brillen maken brede kringen rond de ogen en verwekken het ‘waltdisney- of pandabeereffect’. Mediamensen weten het: een grote, ronde oogomranding schenkt de dragers een onschuldig aanschijn. Inderdaad, zoals bij pandaberen en bijvoorbeeld Mickey Mouse. Ik bedenk dat de baby ondertussen al een twintiger is en ik vraag me af of hij of zij ook al een bril draagt. Oogafwijkingen zijn vaak erfelijk.
