Bookmark and Share

Water en fantasie

door Gerda Dendooven

Mijn moeder had twee ijzeren kuipen.
Een grote en een kleine. Daarin deed ze de was die ze daarna in de warme wind liet drogen aan de waslijn die onze tuin in tweeën sneed. Als slappe ledematen dansten de jurken en broeken, de sokken en de onderbroeken vrolijk aan de lijn. Ik keek er graag naar.

Maar als het nijdig zomerde, vulde moeder de kuipen met water.
Wel dertig emmers. Versgepompt.
Kwiek kwaak kwiek kwaak, zei de pomp met klagende stem. Smeerolie hielp niet tegen het roestig gekwaak.

In de grote kuip koelden mijn zussen hun lange benen en ontluikende borsten.
In de kleine kuip ploeterden mijn broertje en ik. Onze hete lijfjes sisten als worstjes in het water.
We speelden zee in de kuipen. Maar ook zwembad, pretpark of exotisch eiland.
En als moeder het niet zag, bouwden we tenten met de lakens aan de waslijnen. Of een restaurant, een circus, zelfs een schooltje.
De hele wereld speelden we na in onze tuin.

Water, lappen stof  en onze fantasie, meer hadden we niet nodig om de zomer door te komen. En af en toe ijskreem van de kar.