EEN MUSEUM IN BEWEGING
Van Folkoremuseum naar Huis van Alijn
De drie levens van het museum
Het verhaal van het museum start in de jaren 20. Initiatiefnemer tot de oprichting van een Folkloremuseum in het Caermersklooster is de Bond der Oost-Vlaamse volkskundigen. Onder hun leiding wordt de collectie uitgebreid en verhuist het museum in 1962 naar de Kraanlei waar het Museum voor Volkskunde wordt uitgebouwd. In 2000 start het derde leven van het museum onder de nieuwe naam ‘Het Huis van Alijn’.
1932 - 1962: het Folkloremuseum

Tot 1962 was het Folkoremuseum ondergebracht in de Kerk van de Geschoeide Karmelieten in de Lange Steenstraat. Het museum werd officieel geopend op 16 juli 1932. De geschiedenis van het museum is nauw verbonden met de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse volkskundigen, die in 1926 werd opgericht met het doel de studie van het volksleven te bevorderen. Naast de uitgave van het volkskundig tijdschrift 'Oost-Vlaamse Zanten' en de oprichting van een volkskundige bibliotheek in 1926 werd vanaf 1927 onder impuls van het bestuur een volkskundige collectie opgebouwd die in de loop van de jaren steeds omvangrijker werd.
De eerste folkloretentoonstelling tijdens de Gentse Feesten van 16 tot 24 juli 1927 betekende de start van een permanente collectie. Als gevolg van de verhuis van het Museum voor Oudheden naar de Bijloke-abdij was de ruimte vrij in de Kerk van de Geschoeide Karmelieten. In 1928 volgde een tweede tentoonstelling, gewijd aan het volkstoneel in Oost-Vlaanderen. Ook in de hiernavolgende jaren werden verschillende folkloretentoonstellingen georganiseerd.
Als gevolg van een intensief verzamelbeleid, deels schenkingen en aankopen groeide de collectie snel aan. In 1942 werd een stangpoppentheater opgericht in de schoot van de Bond der Oost-Vlaamse Folkloristen. Het 'Spelleke van de Folklore' was de voortzetting van het alom gekende Gentse 'Spelleke van de Muide'.
1962 - 2000: het Museum voor Volkskunde

Bij de verhuis naar het Kinderen Alijnshospitaal in 1962 verandert de naam van het Folkloremuseum in Museum voor Volkskunde. De feestelijke opening kaderde binnen de 'Europese Conferentie van Volkskunde' die van 9 september tot 14 september 1962 in vijf Belgische steden plaats vond. Men opteerde ervoor om in elk van de huisjes een ambacht tentoon te stellen. In de verschillende kamertjes kon de bezoeker het alaam en de producten van de hoedenmaker, de schoenlapper, de kaarsengieter, de thuiswever of van een andere ambachtsman aanschouwen.
In de trant van de toenmalige tijdsgeest werden getrouwe en sprekende reconstructies van verdwenen ambachten en interieurs uitgebeeld. De folkloristen streefden ernaar om die sfeer op te roepen waarin ambachtslui hun stiel rond 1900 uitoefenden. De bezielers wilden de verscheidenheid van de in onbruik geraakte of zeldzaam geworden ambachten in beeld brengen. Getuigenissen van het volksleven in Vlaanderen verzamelen en van de ondergang redden was een belangrijke drijfveer.
Daar de collectie van het museum ook de algemene stedelijke volkscultuur betreft, werd ook het interieur van een salon van de kleine burgerij gereconstrueerd en werd een prebendewoning ingericht die de sfeer en inrichting evoceerde van de armere sociale laag van de bevolking. De omvang en gevarieerdheid van de collectie nam in de loop van de jaren toe.
2000 - 2008: het Huis van Alijn - fase I

In 2000 begon het derde leven van het museum onder de nieuwe naam 'Het Huis van Alijn'. De naamsverandering staat symbool voor een nieuw beleid en een nieuwe positionering, maar duidt meteen ook de verankering van het museum aan met de ontstaansgeschiedenis van het KinderenAlijnshospitaal.
Gelijktijdig met de naamsverandering werd gestart met de herinrichting en renovatie van het museumgebouw en met de reorganisatie van de collectie. Om de museale collectie tot zijn recht te laten komen, stond het maximaliseren van de kwaliteiten van het gebouw voorop. Er vonden geen ingrijpende verbouwingswerken aan het museum plaats. De herwaardering van de opgebouwde collectie staat centraal, meerbepaald het zoeken naar een manier om vanuit een hedendaagse visie om te gaan met een volkskundige collectie die in het verleden vanuit een andere visie en vanuit een andere maatschappelijke context werd opgebouwd.
Sinds zijn ontstaan is het museum in hoofdorde gewijd aan stadsvolkskunde. Duizenden voorwerpen en documenten illustreren de tradities uit het vroegere dagelijkse leven. Aan de hand van een thematische opdeling van de collectie - levenscyclus, volksreligie, vrije tijd en ontspanning, ambacht en handel - wordt liefde, pijn, geloof, passie, inventiviteit en creativiteit in beeld gebracht. Een tijdloos verhaal over mensen en de wijze waarop ze hun leven vorm geven. De bezoeker maakt hier kennis met het dagelijkse leven in de stad Gent in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw.
2009 - ...het Huis van Alijn - fase II

In 2001 werd het Huis van Alijn door de Vlaamse Gemeenschap erkend als museuminstelling, ingedeeld op het regionale niveau. Dit betekent dat het Huis van Alijn middelen kreeg toegekend om een werking te ontplooien op een bovenlokaal niveau. Vanaf 2004 heeft het museum zijn focus in tijd en ruimte uitgebreid: het dagelijks leven in Vlaanderen in de 20ste eeuw. Belangrijke projecten zoals de uitbouw van een digitaal fotoalbum en een bewegend beeld archief geven nieuwe impulsen. Er start een collectievorming rond de naoorlogse periode en in het museum worden kamers uitgebouwd rond de jaren 50,60 en 70. Vanaf 1 januari 2009 is het Huis van Alijn erkend door de Vlaamse Gemeenschap als een museum op Vlaams niveau.
