| Schouwburgen
der Verscheidenheden
In de 19de eeuwse steden verschenen
moderne gebouwen gespecialiseerd voor één bepaalde amusementsvorm
zoals het zwembad, de velodroom, de hippodroom, de danszaal of het stenen
circus. In Brussel werden vanaf 1816 op verschillende plaatsen ‘Théâtre
des Variétés’ opgetrokken. Deze gebouwen werden verhuurd
aan lokale en rondreizende theatergezelschappen en foortroepen. Tijdens
de verbouwingswerken aan de Antwerpse Bourla vond het operagezelschap
onderdak in het Antwerpse Théâtre des Variétés.
Geleidelijk aan verschenen in meerdere steden soortgelijke ‘huurschouwburgen’
als commercieel alternatief voor de opera’s en schouwburgen. Deze
huurschouwburgen luisterden naar welklinkende namen als Salles des Variétés,
Théâtre des Variétés, Théâtre
des Nouveautés of in het Nederlands vertaald Schouwburg der Verscheidenheden.
De naam ‘Théâtre des Variétés’
is hierbij echter misleidend, want echte variétéprogramma’s
kreeg men voor 1880 in deze huurschouwburgen niet te zien. De naam van
deze zalen had betrekking op de diversiteit van spektakels die er werden
opgevoerd.
Ondertussen verscheen in België een
equivalent van de Franse café-chantants, de Engelse music-halls
en Amerikaanse concert-saloons. In Brussel werden de eerste café-chantants
net na de Belgische revolutie van 1830 opgericht. Het publiek zong er
luidkeels mee met een zanger die in het midden van het café stond.
Soms was er een geïmproviseerd podium met een piano. Geleidelijk
aan werden er meerdere attracties opgevoerd. In de meest succesvolle cafés
werd een ‘petite scène à l’italienne’
geïnstalleerd, een volwaardig podium met statige decors en coulissen.
Dergelijke café-chantants werden café-concerts genoemd.
In de loop van de 19de eeuw nam het aantal
huurschouwburgen en café-chantants snel toe. Tussen de talrijke
huizen woedde een hevige concurrentiestrijd. Het interieur werd steeds
luxueuzer en professioneler ingericht. Het is uit een mengvorm van huurschouwburgen
en luxueuze café-chantants dat het variététheater
is ontstaan.
In het variététheater was er een groot podium en rijen met
zitplaatsen zoals in de huurschouwburg, veelal omgeven door stoeltjes
en tafeltjes en omringd door een of meerdere bars zoals in het café-chantant.
De architectuur en het interieur van de variététheaters
werden imposanter en grootser met een grote hang naar exotisme die ook
in de namen weerklonk. Exotische planten en oosterse decors moesten de
toeschouwers imponeren en de feëerieke attracties dienden het publiek
te verstrooien en in vervoering te brengen. Zo werd in het Brusselse Eden-Theater
een heuse wintertuin aangelegd, met artificiële grotten en fonteinen.
Begin 20ste eeuw ontstond er echter ook een tegenbeweging en keerde men
voor de inrichting terug naar een Oud-Vlaamse stijl. Gelijktijdig was
er ook een trend van Duitse en Oostenrijkse Alpeninterieurs, zoals de
Wintergartens in Antwerpen en Gent.
In de jaren dertig openden de laatste drie echte variététheaters
onder de naam ‘Oud België’ in Gent, Antwerpen en Brussel.
De naam van deze zalen werd ontleend aan de gereconstrueerde wijk ‘Oud
België’ op de wereldtentoonstelling van 1930 in Antwerpen.
Geleidelijk aan vonden er naast variététheater ook meer
muziekconcerten plaats en werden er revues vertoond. De Brusselse ‘Ancienne
Belgique’ is tot op vandaag nog steeds een bekende concertzaal.
De dolle jaren van het
variététheater
Schouwburgen der Verscheidenheden
Voor elk wat wils
Zien en gezien worden
Van manvrouw tot femme fatale
|